petervanlonkhuyzen.nl

Waarom ondergeschikten jong sterven

Hoe hoger op de maatschappelijke ladder, hoe gezonder. En met elk stapje naar beneden neemt de levensverwachting af.

Alex Ferguson, de voormalig trainer van Manchester United, stond bekend om de zogeheten hairdryer treatment. Als hij ontevreden over een speler was, stond de trainer ongeveer neus tegen neus vóór hem en schreeuwde zo hard, dat volgens spits Mark Hughes ‘het haar achter je hoofd stond’. De speler kon weinig anders doen dan de intimiderende tirade over zich heen laten komen.

Angst zaaien is onderdeel van het repertoire van sommige leiders. Hoe het middel in de militaire dienst wordt gebruikt, is te zien in allerlei Amerikaanse films waarin rekruten met veel verbaal geweld worden gedisciplineerd. In de Nederlandse documentaire De uitverkorenen uit 2013, waarin een groep kandidaat-mariniers wordt gevolgd, is te zien dat de werkelijkheid misschien nog harder is dan de Hollywood-films.

Op het voetbalveld of in een oorlogssituatie kan angst nodig zijn om mensen ‘op scherp’ te zetten. Maar het middel heeft grote nadelen, die verder gaan dan een (tijdelijk) verpeste werksfeer. Angst en stress hebben gevolgen voor het functioneren van de mensen die zo’n ‘haardroger’ over zich heen krijgen. Het onderspit delven in een menselijke confrontatie brengt een bepaalde soort stress met zich mee, die de gezondheid op den duur ondermijnt. Het resultaat – en daarvan is afdoende bewijs – is dat ondergeschikten relatief jong sterven.

Er is veel onderzoek naar zogeheten sociale hiërarchieën (voetbaltrainers versus voetballers, sergeants versus soldaten, en bazen versus ondergeschikten), dat duidelijk maakt dat deze statusverschillen sterke psychologische gevolgen hebben.

Voorheen ging daarbij de meeste aandacht altijd naar de ‘bazenkant’: hoe leiders kunnen veranderen als ze in een dominante rol terechtkomen. Ze kunnen zo sterk veranderen dat ze het contact met de realiteit verliezen, te veel risico’s gaan nemen, doof worden voor advies en in zonnekoningen veranderen. Napoleon, Poetin, Richard Fuld van Lehman Brothers; voorbeelden (helaas) te over. De ‘onderkant’ van de sociale hiërarchie heeft beduidend minder aandacht gehad – en dat is opmerkelijk, omdat het om veel meer mensen gaat.

Dat buitenstaanders anders tegen ondergeschikten dan tegen bazen aankijken, is al langer bekend. In een Nederlandse onderzoek onder leiding van Dorien Konst werden proefpersonen bijvoorbeeld achter de computer gezet om taken uit te voeren samen met een zekere Mark. Sommige proefpersonen kregen daarbij te horen dat zij de leiding zouden hebben over Mark, bij anderen was het andersom.

In werkelijkheid was Mark een fictief personage, en de beschrijving die alle proefpersonen te horen kregen, was identiek. Toch hadden de mensen die dachten dat Mark de leiding had, al bij voorbaat een gunstiger beeld van zijn kwaliteiten. En dat terwijl ze nog niet eens hadden samengewerkt.

Als je denkt dat iemand de leiding heeft, denk je gunstiger over zijn kwaliteiten

Veel andere studies bevestigen dit beeld: alleen het feit dat iemand leidinggevende is, maakt hem of haar in onze ogen al meer waard. Wat daarbij verontrustend is, is dat het verschil in perceptie ook naar ‘binnen’ slaat. Als proefpersonen een gevoel van macht wordt gegeven, door ze bijvoorbeeld een tekst te laten lezen over iemand die machtig is, worden hun werkprestaties beter. De mensen die voorbewerkt zijn met associaties van machteloosheid en ondergeschiktheid, doen hun werk slechter.

Dat je werkprestaties omlaaggaan als je je machteloos voelt, is tot daaraan toe. Iets anders is het als je gezondheid eronder te lijden heeft. Over het algemeen speelt stress daarbij een hoofdrol. De langdurige aanmaak van stresshormonen als cortisol vergroot het risico op lichamelijke en geestelijke aandoeningen, waaronder beroertes, hartfalen, diabetes, depressies en infectieziektes.

Veel dierstudies laten een sterk verband zien tussen ondergeschiktheid en stress. Een voorbeeld is een onderzoek in Kenia waarin 27 jaar lang gegevens werden verzameld van groepen bavianen. Alfamannetjes bleken over veel meer weerstand te beschikken dan de mannetjes met een lagere groepsrang: de laatstgenoemde apen hadden een drie keer zo kleine kans om te herstellen van een verwonding of ziekte als van de topapen.

Dierstudies laten een sterk verband zien tussen ondergeschiktheid en stress

Dat wil niet zeggen dat de ‘bazen’ altijd minder last van stress hebben. Bij sommige diersoorten hebben ze juiste méér stresshormonen, vooral als het leiderschap in de hiërarchie onstabiel is en vaak moet worden verdedigd. Is het leiderschap echter min of meer onaantastbaar, wat bijvoorbeeld wordt bevestigd met frequent agressief gedrag tegenover de onderdanen, dan zijn het de ondergeschikten die meer stresshormonen in het bloed hebben. De gedachten gaan dan onwillekeurig even terug naar Alex Ferguson in de voetbalkleedkamer…

Volgens de onderzoekers in Kenia speelt er nog iets anders mee. Ook de alfabavianen bleken soms veel stresshormonen in het bloed te hebben, maar zij konden die stress makkelijker tegengaan doordat ze de situatie beter beheersten. De ondergeschikten hadden echter te maken met ‘sociale stressfactoren’, zoals vaak geconfronteerd worden met agressie. Dat zou volgens de onderzoekers mede de betere gezondheid van de alfamannetjes verklaren.

Hun onderzoek doet terugdenken aan een serie klassieke studies van Martin Seligman, de grondlegger van de positieve psychologie. Seligman onderzocht 40 jaar geleden al de gezondheidseffecten van de situatie al dan niet beheersen. Hij onderwierp twee dieren in verschillende kooien aan stroomstoten. Een van de twee proefdieren kon de stroom afzetten door met zijn snuit op een knop te drukken, een trucje dat de dieren snel genoeg leerden. Ook in het hok van het andere dier stopte dan de stroom, zodat de twee dieren precies even lang aan de foltering onderworpen waren. Toch ontwikkelden de ‘machteloze’ dieren veel meer ziektes, waaronder kanker.

Langdurige stress zonder mogelijkheden om er zelf iets aan te doen: dat lijkt de grote ziekmaker. Veelzeggend is een onderzoek dat gedaan werd tijdens de Volvo Ocean Race van 2002, waarbij de voltallige bemanning van een van de deelnemende zeilboten werd onderzocht. Door bloed af te nemen en in te vriezen, kon het achteraf in het lab worden geanalyseerd. De onderzoekers waren verbaasd over een periode van 72 uur waarin de bemanningsleden collectief abnormaal hoge bloedsuikerwaarden bleken te hebben. Volgens het logboek hadden ze in die tijd last van een ogenschijnlijk onoplosbaar technisch probleem, waardoor ze stuurloos op zee ronddreven. De hele bemanning was al hard bezig om suikerziekte te krijgen, toen het probleem alsnog werd opgelost en de boot verder kon. De bloedwaarden werden weer normaal.

In talloze culturen in de wereld is een relatie gevonden tussen de sociaal-economische positie enerzijds, en gezondheidsproblemen en de levensverwachting anderzijds. Kort samengevat: hoe hoger iemand op de maatschappelijk ladder staat, hoe beter de gezondheid, en met elk stapje naar beneden neemt de gezondheid wat af.

Van mensen ‘aan de zelfkant’ is hun ongezonde leefstijl bekend: meer roken en drinken, minder gezond eten en minder sporten. Maar deze factoren verklaren de slechtere gezondheid slechts ten dele. De machteloosheid die gepaard gaat met armoede en uitzichtloosheid blijkt vaak net zo ongezond te zijn als roken en vet eten.

Machteloosheid is net zo ongezond als roken en vet eten

Uiteraard zijn de individuele verschillen groot. De een heeft, als zijn baas neus tegen neus gedrukt tegen hem staat te schreeuwen, moeite om niet in huilen uit te barsten. Een ander kan juist nauwelijks zijn lachen inhouden.

Gevoelens van machteloosheid zijn pas schadelijk als het je niet lukt ze naast je neer te leggen. Dat niet iedereen dat kan, wordt duidelijk uit de Whitehall-onderzoeken van de Britse hoogleraar Michael Marmot, die decennialang de gezondheid van tienduizenden Britse ambtenaren volgde. Zijn ondubbelzinnige conclusie: ambtenaren uit de hogere echelons leven relatief langer. Ondergeschikten gaan eerder dood.

Volgens Marmot is er sprake van een ‘sociale helling’, een stapsgewijs verband tussen positie en gezondheid. Het verband is het sterkst bij mannen: in alle leeftijdsgroepen hebben de laaggeplaatste ambtenaren een drie keer zo grote kans om te overlijden als de topambtenaren. Bij vrouwen is het verband minder eenduidig, doordat de vraag of ze getrouwd zijn en, zo ja, de status van de echtgenoot, ook een rol blijken te spelen. De leefstijl (roken, sporten, voeding) kan het effect voor niet meer dan een derde verklaren. Alle onderzochte ambtenaren, hoog en laag, hadden bovendien toegang tot het Britse gezondheidszorgsysteem.

Mede door toedoen van de Whitehall-onderzoeken zijn de klassieke theorieën over stress bijgesteld. Vroeger werd vaak gedacht dat stress vooral samenhing met werkdruk: hoe meer op je afkwam, hoe meer stress. Managers die in het middelpunt van de afdeling staan, zouden er daarom meer last van moeten hebben dan ondergeschikten met eenvoudige, overzichtelijke takenpakketten. De onderzoeksresultaten van Whitehall zijn daar echter mee in tegenspraak.

In de visie van Marmot is er dan ook sprake van een ‘demand control-model’: het gaat er niet om hoeveel er op je afkomt, maar in hoeverre je wat op je afkomt kunt beheersen. Grote of langdurige stress komt voor als er te weinig beheersing is. Daarbij speelt ook de balans tussen inspanningen en beloning een rol: een als rechtvaardig ervaren beloning past beter in ons wereldbeeld. Die hypothese werd ook ondersteund in het Whitehall-onderzoek; ambtenaren, ook de laaggeplaatsten, die meer controle over hun werk hadden, bleken relatief gezonder te zijn.

Dit artikel verscheen in februari 2014 in Management Team